Français

Meer dan een zaak van suiker!Meer weten over...

Volgende pagina

Een gevaar voor hart- en bloedvaten !





Glucosewaarden gevaarlijk


Waarom zijn hoge glucosewaarden gevaarlijk?

Diabetes is een probleem van hart- en bloedvaten: verhoogde glucosewaarden veroorzaken schade aan de kleine en de grote bloedvaten, en zo aan het hele lichaam. Bovendien gaat diabetes vaak hand in hand met andere risico’s op hart en bloedvatziekten, waardoor de kans op een hart- of herseninfarct nog sterk verhoogt.

terug




Schade aan de grote bloedvaten: hart en hersenen

Hart en hersenen

De bloedvaten naar het hart en naar de hersenen zijn de belangrijkste grote bloedvaten.

Veranderingen aan hart en slagaders komen bij mensen met diabetes vaker voor dan bij mensen zonder diabetes, ze komen op jongere leeftijd voor en zijn ook meer uitgesproken. Een hoge bloeddruk (hypertensie) kan deze vaatveranderingen nog in de hand werken. Daarom is het zo belangrijk dat bij mensen met diabetes een hoge bloeddruk snel wordt opgespoord en strikt wordt behandeld.



Een veel voorkomend, vroegtijdig signaal dat de slagaders zijn aangetast, is pijn in de kuiten die opduikt bij het stappen en weer verdwijnt als men stilstaat. In de volksmond spreekt men dan ook vaak van ‘etalagebenen’ of ‘vitrineziekte’: personen die tijdens het wandelen of winkelen last krijgen, verbergen hun pijn door even voor een uitstalraam te blijven stilstaan.

Een operatie aan de grote bloedvaten van het been kan dan nuttig zijn om opnieuw een betere doorstroming van de slagaders te bekomen. Toch blijven daarnaast ook aanpassingen van de levensstijl uiterst belangrijk om de verdere evolutie af te remmen: maatregelen inzake rookstop, gewichtscontrole, een goede suikerregeling en cholesterolverlaging zijn noodzakelijk.

Als de slagaders van het hart zelf verstopt raken, dan vermindert de toevoer van bloed en zuurstof naar de hartspier. Dit leidt uiteindelijk vaak tot een hartinfarct. Een mogelijk gevolg van een hartinfarct is dat de pompwerking van het hart vermindert, waardoor inspanningen leveren moeilijker wordt. Dat is zeker voor mensen met diabetes een slechte zaak, omdat meer bewegen juist een belangrijk onderdeel is in de behandeling van de ziekte.


Een verstopping van de slagaders naar de hersenen kan kleine voorbijgaande aanvalletjes of TIA’s ( transient ischemic attack,) veroorzaken, of in het slechtste geval leiden tot een echt herseninfarct of beroerte. De gevolgen hiervan zijn vaak zeer zwaar. Patiënten houden er vaak een blijvende handicap aan over, zoals ernstige problemen met praten of lopen.

terug



De meest voorkomende aandoeningen van de grote bloedvaten staan samengevat in deze tabel.


Aandoeningen






Schade aan de kleine bloedvaten: organen en zenuwbanen

Schade aan de ogen: DIABETISCHE RETINOPATHIE

RETINOPATHIE

Diabetes is een belangrijke oorzaak van slechtziendheid. Hoe komt dat?

Het netvlies (of de retina) van het oog hebben we nodig om te kunnen zien. Bij langdurig verhoogde glucosewaarden worden de bloedvaatjes van het netvlies in het oog vaak als eerste aangetast.

De schade aan het netvlies ontwikkelt zich in verschillende fasen. Eerst zijn er gedurende enkele jaren lichte bloedvatveranderingen die u zelf niet opmerkt (achtergrondretinopathie). Dan kunnen de beschadigde vaatjes gaan lekken. Als dat vochtophoping geeft in de buurt van de gele vlek (de macula, de plek op het netvlies waarmee we het scherpst zien), ontstaat een vermindering van het gezichtsvermogen.

Deze laatste fase heet proliferatieve retinopathie: een wildgroei (of proliferatie) aan nieuwe vaatjes met bloedingen leidt tot klachten en slechtziendheid.


Hoewel klachten over verminderd gezichtsvermogen meestal pas laat opduiken, komt netvliesschade door diabetes veel voor. Diabetes is zelfs één van de belangrijkste oorzaken van slechtziendheid en blindheid in de westerse wereld. De kans op beschadiging van het netvlies is des te groter naarmate de diabetes langer bestaat en/of slechter geregeld is. Hoge bloeddruk versnelt het proces.

Een strikte regeling van de glucose en van de bloeddruk kunnen het ontstaan en de ontwikkeling van diabetische retinopathie vertragen.

Tijdige opsporing is belangrijk: de oogarts kan via een oogonderzoek of via een foto van het netvlies beginnende afwijkingen vaststellen, zelfs nog voor ze klachten geven.

Ook behandelen is in een vroeg stadium gelukkig perfect mogelijk: met laserstralen worden aangetaste bloedvaatjes hersteld en wordt de lekkage gestopt.

terug




Schade aan de nieren: DIABETISCHE NEFROPATHIE

NEFROPATHIE

De belangrijkste taak van de nieren is het verwijderen van afvalstoffen via de urine en het regelen van de zout- en vochtbalans. De “afvalinstallatie” die de nieren zijn, bestaat uit zo’n miljoen filtertjes, opgebouwd uit piepkleine vaatkluwens met afvoerbuisjes naar de urine.

Langdurig verhoogde glucosewaarden beschadigen deze filter, waardoor eiwit in de urine kan lekken. Eiwit in de urine is dan ook een vroeg teken van nierschade, al kan het ook een gevolg zijn van blaasontsteking.

De schade aan de nieren ontwikkelt zich in verschillende fasen. In de eerste fase (dreigende nierschade) is het eiwitverlies nog klein en spreekt men van micro-albuminurie.

Dan volgt aantoonbare nierschade met méér eiwitverlies of macro-albuminurie. Dit gaat vrijwel altijd gepaard met een hoge bloeddruk. Verdere vaatschade in de filter leidt tot een geleidelijke vermindering en uiteindelijk tot het uitvallen van de nierfunctie.

Diabetes is in de westerse wereld de belangrijkste oorzaak van een verminderde nierfunctie. Vooral micro-albuminurie komt veel voor. Of er nierschade ontstaat, hoe snel die opduikt en hoe ernstig ze is, is afhankelijk van een aantal risicofactoren.

De belangrijkste risicofactoren voor nierschade zijn: een slechte regeling van de bloedsuiker en een hoge bloeddruk. Ook een erfelijke aanleg kan het risico verhogen.

Duidelijke klachten duiken meestal pas laat op, wanneer er al ernstig eiwitverlies is en de nierfunctie flink is afgenomen.

Ook hier is tijdig opsporen belangrijk. Het noodzakelijke onderzoek kan gebeuren via de huisdokter: het volstaat dat hij of zij één maal per jaar uw ochtendurine naar het laboratorium zendt om de aanwezigheid van kleine hoeveelheden eiwit in de urine op te sporen.

Zodra schade aan de nieren is vastgesteld, moet het probleem zo snel mogelijk worden aangepakt, vooral om erger te voorkomen.

Tijdige opsporing en behandeling is dan ook belangrijk: via een aangepaste voeding en tabletten kan het eiwitverlies worden teruggedrongen en blijft de nierfunctie gespaard.

terug




Schade aan de zenuwbanen: DIABETISCHE NEUROPATHIE

NEUROPATHIE

Ook onze zenuwbanen worden gevoed en van zuurstof voorzien door kleine bloedvaatjes. Er zijn zenuwbanen die de werking van de organen regelen – de zogenaamde autonome zenuwen -, zenuwbanen die de beweging regelen – de motorische zenuwen - en zenuwbanen die de gevoelsprikkels regelen – de sensorische of gevoelszenuwen. Allemaal kunnen ze door diabetes worden aangetast.


  • Schade aan de autonome zenuwen kan leiden tot gestoorde maag-, darm-, blaas- en seksuele functies. Soms veroorzaakt ze ook duizeligheid.
  • Schade aan de bewegingszenuwen kan leiden tot verminderde spierkracht en coördinatiestoornissen.
  • Schade aan de gevoelszenuwen kan leiden tot overprikkeling, met bijvoorbeeld pijn en tintelingen, maar ook tot onderprikkeling, waardoor waarschuwende pijnprikkels nog onvoldoende doorkomen. Daarom is het belangrijk dat uw ogen de functie van uw zenuwen enigszins overnemen: u moet leren zien wat u niet meer kunt voelen.

Zenuwschade door diabetes komt waarschijnlijk vaker voor dan gedacht. Risicofactoren voor zenuwschade zijn: een slechte regeling van de bloedsuiker, hoge bloeddruk, verhoogde cholesterol, roken en fors alcoholgebruik.

De beste manier om schade aan de zenuwbanen te verhelpen, is het aanpakken van de risicofactoren en de neuropatische pijn of ‘zenuwpijn’ op een doeltreffende manier te behandelen.
terug




Neuropathische pijn: aanpakken is de boodschap!

Neuropathische pijn

Zowat de helft van alle diabetespatiënten zou klagen over neuropathische of ‘zenuwpijn’. Hoe slechter de diabetes geregeld is, hoe groter de kans op klachten. Neuropathische pijn kan variëren van aanhoudend zeuren tot erg intense brandende pijngewaarwordingen. Het meest uitgesproken is de pijn in de benen. Neuropathische pijn is dan ook vaak het signaal of de voorbode van diabetische voetproblemen, en verdient daarom alle aandacht.

Pijn is altijd een persoonlijke beleving die tot op vandaag door geen enkele machine kan worden gemeten. Om een inschatting te kunnen maken van de ernst van pijn, maakt men wel eens gebruik van een pijnschaal. Hierbij wordt op een meetlatje de intensiteit van de pijn aangeduid. Het cijfer 0 staat daarbij voor: ‘helemaal geen’ pijn en 10 voor: de hevigste pijn die men zich kan indenken. Als het resultaat van deze metingen 4 is of hoger, spreekt men van ‘matig intense pijn” of erger. Is dit het geval, dan kan aan de hand van een specifieke vragenlijst (de zogenaamde DN4) worden nagegaan of deze matig intense pijn wel degelijk een neuropathische pijn is.

Een volgende stap kan dan het onderzoek zijn van de huidgevoeligheid met behulp van een een zogenaamde monofilamenttest. Hierbij wordt een starre buigbare draad op de huid gedrukt. Bij een gezonde huidgevoeligheid voelt men het monofilament wel drukken op de huid, maar dit is zeker niet pijnlijk. Bij een neuropathie is de gevoeligheid van de huid verstoord waardoor dit toch pijnlijk kan aanvoelen of net helemaal niet gevoeld wordt.

Tegelijk kan dit zogenaamde monofilament worden gebruikt om in de voeten het verlies aan gevoel door de diabetische neuropathie op te sporen.

Een afwijkend resultaat van de monofilamenttest wijst op een verhoogd risico voor een huidzweer (ulcus) en andere complicaties van de diabetische voet.

terug



Schade aan de voeten: diabetische voet

diabetische voet

Mensen met diabetes hebben bijzonder kwetsbare voeten. Dat komt omdat verschillende problemen door diabetes als het ware in de voeten samenkomen. Voeten bevinden zich het verst van het hart. Bloed moet dus een hele weg afleggen om daar te geraken, en daarvoor zijn gezonde bloedvaten nodig. Dij diabetes echter treedt er vaak vernauwing op van de bloedvaten, waardoor het zuurstofrijke bloed de voeten minder gemakkelijk bereikt.

Wanneer ook nog de gevoelszenuwen zijn aangetast, dan worden pijn en kwetsuren minder gevoeld. Wondjes of drukpunten die anders wel veel pijn zouden doen, worden daardoor vaak niet of te laat opgemerkt.

3 tot 10% van de mensen met diabetes krijgt te kampen met een voetzweer (ulcus) die in het slechtste geval tot amputatie leidt.

Voetproblemen moeten dan ook zoveel mogelijk worden vermeden door een systematische controle van de voeten, de nodige aandacht voor goed schoeisel en een tijdige en deskundige behandeling van wondjes en andere voetproblemen.

terug



Andere risicofactoren

Andere risicofactoren


  • Roken

Roken verhoogt sterk het risico op hart- en vaatziekten. Rookstop is bij diabetes dan ook een belangrijk aandachtspunt.

  • Verhoogde bloeddruk (hypertensie)

Normaal schommelt de bloeddruk rond 120 over 70 mmHg, bij jongeren en vrouwen is dat soms wat lager, bij ouderen wat hoger. Hoe hoger de bloeddruk, hoe hoger de kans op hart- en vaatziekten. Verhoogde bloeddruk komt in onze westerse wereld zeer veel voor, en bij mensen met diabetes type 2 nog méér dan bij anderen. Maar omdat diabetes op zich al een aanslag pleegt op de bloedvaten, is een goede controle van de bloeddruk voor mensen met suikerziekte juist extra belangrijk.

Concreet mag de bloeddruk bij mensen met diabetes niet hoger zijn dan 130 over 80 mmHg. Als er al sprake is van een hart- of vaatziekte of van micro-albuminurie (eiwit in de urine) dan is de streefwaarde nog lager: 125 over 75 mmHg. Het is bewezen dat men, door een verhoogde bloeddruk terug onder controle te brengen, de kans op hartziekten, beroerte en sterfte verlaagt. Gewichtsverlies bij overgewicht, meer lichaamsbeweging en zoutbeperking hebben in de strijd tegen hypertensie hun nut bewezen. Daarnaast zijn vaak ook nog medicijnen nodig. Er bestaan verscheidene soorten bloeddrukverlagende middelen, die vaak in combinatie moeten worden gebruikt.

  • Verhoogde bloedvetten (cholesterol en triglyceriden)

Er zitten verschillende vetten in het bloed. Het bekendste vet is cholesterol, dat voor een deel via de voeding wordt aangeleverd en voor een deel in de lever wordt aangemaakt. Cholesterol wordt in het bloed vervoerd als LDL- en HDL-cholesterol. LDL wordt ook wel ‘slechte’ cholesterol genoemd, omdat hij het meest schadelijk is voor de bloedvaten. HDL is de ‘goede’ cholesterol omdat die minder schade aanbrengt aan de bloedvaten.

Bij diabetes type 2 is helaas vaak de LDL verhoogd en de HDL verlaagd. Een verhoogd cholesterolgehalte is meestal het gevolg van een voeding die te rijk is aan vetten, maar soms is er ook een erfelijke factor in het spel.

Naast cholesterol zijn er nog andere vetten die schadelijk zijn voor het hart en de bloedvaten: dit zijn de triglyceriden. Ook deze vetten stijgen sterk door een verkeerde voeding, stoornissen in de vetstofwisseling of door fors alcoholgebruik.

Concreet mag het gehalte aan totale cholesterol bij mensen met diabetes niet hoger zijn dan 175 mg/dL, en het gehalte aan LDL of “slechte” cholesterol niet hoger dan 100mg/dL. Het gehalte aan triglyceriden mag niet hoger zijn dan 150 mg/dL.

Een verbetering van de vetsamenstelling, met lage LDL-cholesterol, goede HDL-cholesterol en lage triglyceriden, vermindert aanzienlijk de kans op hart- en vaatziekten.

Een evenwichtige voeding met weinig ongezonde en voldoende gezonde vetten, in combinatie met regelmatige lichaamsbeweging en eventueel cholesterolverlagende geneesmiddelen kan helpen om de bloedvetten op het gewenste peil te krijgen.


terug



—Sitemap